Politiek verantwoordelijk

“De Grondwet van 1848 ging verder dan alleen maar de samenwerking tussen de Koning en het Parlement. Welke ingrijpende gevolgen dit had voor het regeringsstelsel werd ook op dit punt later pas duidelijk. Voor die duidelijkheid waren enkele botsingen tussen de regering en het parlement nodig. Deze vonden plaats in de periode tussen 1866 en 1868 (Van der Pot en Donner, 1995:108-110). Een eerste botsing betrof de benoeming van de minister van Koloniën tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.” – Staatkunde, Nederland in drievoud

In Staatkunde, Nederland in drievoud maken De Jong en Schuszler de grondslagen van de moderne staat bekend. Zij concentreren zich daarbij op de relatie tussen de staat en het recht.

Na een eerste schrijven d.d. 16 oktober 2015 aan Zijne Majesteit met betrekking tot ‘De Verwaarloosde Staat’ kwam aan het licht dat er vanuit de zijde van de ministeries niet direct een verbetering zou komen. Aan het licht is gekomen dat wij te maken hebben met luie interventies, vastgeroeste systemen, gebrek aan noodzakelijke kennis en ook worden (dis)functionerende patronen kenbaar.

Nemen wij bijvoorbeeld de persoon Rob Jetten (D66) dan komt uit zijn geroep tot uiting dat hij en totaal geen kennis heeft van ‘het stelsel van de Grondwet’ en welke ‘de relatie tussen de staat en het recht’ is. Al heeft hij bestuurskunde geleerd, ook hem is klaarblijkelijk ontgaan dat de staatsbeoefenaar kennis dient te hebben van het bestaan en de inhoud van de ongeschreven regels van het staatsrecht. Zo’n ongeschreven regel is immers van een hogere orde en kan een zelfs regel in de Grondwet opzij zetten.

Een complicerende factor is bovendien dat er in het staatsrecht niet eerst een bepaalde gewoonte hoeft te bestaan, alvorens uit de praktijk een bepaalde rechtsregel mag worden afgeleid. Anders dan in het privaatrecht kan de rechtsovertuiging veranderen op grond van één concrete gebeurtenis, en dat komt omdat niet het gedrag van vele burgers de praktijk vestigt, maar de betrokken overheidsorganen zelf door hun handelen en de daaraan ten grondslag liggende rechtsovertuiging die de ongeschreven rechtsregel tot stand laten komen.

E.e.a. houdt dus in dat de maatregelen die de wetgever neemt Grondwet en (behoorlijk) bestuur kunnen ondermijnen.

Uit eigen onderzoek – waarbij essentiële vraagstukken zelfstandig zijn geanalyseerd in de relatie tussen staat en samenleving – komt tot uiting dat Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix ten tijde dat zij Vorstin was, mij en andere onderdanen getrouw was en ook trouw was aan de wet (Koninklijk besluit) die zij zelf heeft gemaakt. Dit is mij bekend geworden in 1991, tijdens een briefwisseling.

Kunnen de ministers, kan de wetgever, uit die tijd ook de toets der kritiek doorstaan? Het antwoord is in het kort: NEE!

Niet alleen zijn er fouten gemaakt, ook is sprake van misbruik en oneigenlijk gebruik. En in geval een overheid of een functionaris daarvan zijn macht misbruikt, is per definitie geen sprake van een rechtsstaat, maar van een gebrek daaraan. En in geval de onafhankelijke rechter ontbreekt – hij is niet in staat onafhankelijk vast te stellen wat het geldend recht is – is er geen sprake van een rechtsstaat.

Kennis van de grondslagen als ‘deze regels’ is essentieel om vast te kunnen stellen welke elementen/instrumenten/organen (dis)functioneren. De overheid dient op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dan ook de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

Rob Jetten heeft dan net als Sander van der Heijden (1977) zijn studie Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen gevolgd. De heer van der Heijden heeft vervolgens voor het ministerie van Justitie gewerkt. Sinds 2004 is hij in de onderwijswereld werkzaam en vervult hij verschillende functies bij het tot stand brengen van samenwerking tussen verschillende partners met een maatschappelijke doelstelling. Sinds 2007 is hij werkzaam voor M&O-groep in ’s-Hertogenbosch.

Al op 10 november 2018 heb met drs. Sander Dekker, minister van rechtsbescherming, deze (uitgebreidere) ‘loopbaancarrière’ van Sander van der Heijden voorgelegd en hem gevraagd welke betekenis dit heeft m.b.t. de relatie tussen de staat en het recht. Hoe is het gesteld met de relatie tussen staat en samenleving? Hoe is het gesteld met het onderwijs? Tot op heden, geen reactie. – EU-recht_EB-LS_10.11.2018

‘Nadat hij zijn studie bestuurskunde in 1999 afrondde, werkte Dekker aan de Universiteit Leiden op het gebied van politie en justitie.’

Het studieboek Staatkunde, Nederland in drievoud is een product van de Universiteit Twente (tweede druk, 2002). Een ander studieboek uit die periode die ik als naslagwerk gebruik is ‘Inleiding tot het staatsrecht en het bestuursrecht’ van Prof.mr. J.M. de Meij en Prof.mr. I.C. van der Vlies (achtste druk, 2000). Prof.mr. I.C. van der Vlies is (destijds) werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam.
In deze ‘Inleiding’ wordt opgemerkt dat het niet aantrekkelijk is om te beginnen met de grondrechten, omdat daarbij allerlei juridische begrippen aan de orde komen waarvan de lezer die met dit vak begint nog niet op de hoogte is, zoals de verhouding tussen de wet en lagere regelingen alsmede die tussen verdragen en nationaal recht. Met de opzet van dit boek heeft de schrijver ernaar gestreefd, ‘opdat meer inzicht in de samenhang van de verschillende aspecten verkregen wordt’.

Ik merk op dat Dekker nationaal recht heeft gestudeerd en m.i. was dit al gedateerd. Immers, met het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) dat dateert uit 1992 heeft Nederland de taak en verantwoording om de ontwikkelingen binnen de Unie te toetsen om de kwaliteit van de democratische rechtsstaat Nederland te onderhouden. In ‘de’ Inleiding van De Meij en Van der Vlies wordt aangaande het bestuursrecht het volgende opgemerkt:

“Ook bij de bronnen van het bestuursrecht kan men onderscheiden tussen ongeschreven en geschreven recht. Tot voor kort lag daarbij de nadruk op het ongeschreven recht. De Grondwet, die de kern vormt van het geschreven staatsrecht, bevat vrijwel geen bepalingen die als van typisch bestuursrechtelijke aard zijn aan te merken. Van belang is wel het pas in 1983 opgenomen art. 107 lid 2 Gw.: ‘De wet stelt algemene regels van het bestuursrecht vast’. Na diverse studies heeft dit geleid tot de indiening in 1989 van een voorstel voor (een eerste gedeelte van) een Algemene wet bestuursrecht (Awb). Gezien de omvang het ingrijpende karakter van dit wetboek van het bestuursrecht zal het in gedeelten worden afgehandeld en ingevoerd (zgn. aanbouwwetgeving). Inmiddels zijn de eerste drie gedeelten (meestal aangeduid met ‘tranches’) in werking getreden.”

Inleiding tot het Staatsrecht en het BESTUURSRECHT (achtste druk, 2000)

Terwijl Nederland in 1992 vrijwillig een samenwerkingsverband is aangegaan met verschillende Europese Lid-staten om als rechtsgemeenschap gemeenschappelijke waarden te delen, is zij m.i. op de oude weg voortgegaan en heeft het Beginsel van Loyaliteit (Unietrouw) van meet af niet nagekomen. Sterker, de Grondwet uit 1983 welke drastisch is gewijzigd met als doel dat de overheid dusdanig optreedt dat sociaal gerechtigheid heerst, is nooit door de overheid in die mate onderhouden en nagekomen.

Unietrouw of Beginsel van Loyaliteit:

  • Het beginsel van loyaliteit (ook wel unietrouw) houdt in, op grond van art. 4 lid 3 VEU, dat lidstaten de verplichtingen van het Europees recht moeten nakomen en geen maatregelen mogen nemen die de verwezenlijking van de doelstellingen van het EU-Verdrag in gevaar kunnen brengen.
  • Decentrale overheden hebben ook een eigen rechtsplicht om het Europees recht loyaal na te komen. Als Europese regels duidelijk en onvoorwaardelijk zijn, en dus volgens het Hof van Justitie rechtstreekse werking hebben, geldt het ook voor decentrale overheden om de naleving van Europese verplichtingen te waarborgen.
  • Het beginsel van loyaliteit komt bijvoorbeeld bij decentrale overheden aan bod in geval van dat de centrale overheid tekortschiet bij het omzetten van richtlijnen.

Binnen het Europees recht speelt behalve de wet- en regelgeving ook een groot aantal beginselen een belangrijke rol. Decentrale overheden kunnen met een aantal van deze beginselen direct te maken krijgen. Waarbij Nederland die regeling (recht) kent dat de wet buiten toepassing gelaten kan worden in geval de bepaling (gemeenschapsregeling) die uit internationaal recht voortkomt in het geding is. In de praktijk blijkt dat Nederland in ernstige mate in gebreke blijft wanneer het gaat over het beginsel van effectieve rechtsbescherming.

Verder heeft de burger volgens artikel 6 VEU het recht op behoorlijk bestuur. Maar is de wetgever wel bekwaam? Is de volksvertegenwoordiger wel bekwaam? Zijn de decentrale overheden wel bekwaam? Kan Nederland weerstand bieden aan invloeden van buiten welke de kwaliteit van de democratische rechtsstaat Nederland aantasten en de soevereiniteit in gevaar brengen?

Ik constateer dat Rob Jetten bijvoorbeeld niet op eigen benen wil staan en geen waarde hecht aan de soevereiniteit of het recht op zelfbeschikking. Ik kan dit dan ook niet rijmen met de uitbreiding van artikel 1 Grondwet waar Vera Bergkamp (D66) bijvoorbeeld voorstander van is. Hoe kan een partij of Koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, bestaan? Dat heeft toch geen bestaansrecht meer?

Binnen D66 wordt dan ook heel duidelijk hoe het Koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is. Heeft dit in de negentiende eeuw – ook vanwege een belastingdruk – geleidt tot een scheuring waaruit het Koninkrijk van België is voortgekomen, eerder – Het conflict tussen de Hoeken en Kabeljauwen; een strijd tussen verschillende facties binnen de elite van het graafschap Holland – heeft dit ook tot een armoedeval in Rotterdam tot gevolg gehad.

Klaarblijkelijk is er niets geleerd, uit de eigen geschiedenis!

Zo zijn er autoriteiten gekozen, die zelf de les nog moeten leren. De minister-president maakt m.i. geen aanstalten en de vraag is of er een leider is, die wel opstaat! Van Rob Jetten, Jesse Klaver en andere ‘Rebelse Leerlingen’, heb ik geen verwachting. Ook de SP laat m.i. na de rechtsstaat te onderhouden en te versterken en profileert zich als een rebellenbeweging. Dit leidt tot niets goeds!

Hoogachtend, ~ Sheepish (Looking) LION

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail