De Rol van de Overheid

“Overwegende, dat in het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en het daarbij behorende Protocol, dat op 20 maart 1952 te Parijs werd ondertekend, de lid-staten van de Raad van Europa overeenkwamen, dat zij hun volkeren de daarin opgesomde burgerlijke en politieke rechten en vrijheden zouden waarborgen;”

In de preambule van de (Europese) Grondwet wordt verwezen naar het Verdrag van Turijn met de regel: ‘BEVESTIGEND hun gehechtheid aan de sociale grondrechten zoals omschreven in het op 18 oktober 1961 te Turijn ondertekende Europees Sociaal Handvest en in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden van 1989,’.
Mede op basis van dit verdrag – een beginsel – heeft de Nederlandse overheid haar bevoegdheid. In de (Nederlandse) Grondwet van 1983 zijn zogenaamde sociale grondrechten opgenomen.

Artikel 20 Grondwet brengt het recht op een toereikende levensstandaard tot uitdrukking. Dit cruciale recht voor het leiden van een menswaardig bestaan, geldt voor de gehele bevolking, dus ook voor ingezetenen die niet (meer volledig) zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. In artikel 20, eerste lid, Grondwet, worden bestaanszekerheid en spreiding van welvaart tot voorwerp van overheidszorg verklaard.’

De wetgever – en de volksvertegenwoordiger vervult hierin een wezenlijke rol – dient daarbij te zorgen, dat Grondwet en bestuur niet ondermijnd worden. In het Europees recht is immers vastgelegd dat lidstaten de verplichtingen van het Europees recht moeten nakomen en geen maatregelen mogen nemen die de verwezenlijking van de doelstellingen van het EU-Verdrag in gevaar kunnen brengen. De Nederlandse overheden (centraal en decentraal) dienen de kwaliteit van de democratische rechtsstaat Nederland dan ook te onderhouden.

Het beginsel van loyale samenwerking moet ook worden geëerbiedigd door EU instellingen. Het Hof heeft in het Zwartveld arrest (zaak C-2/88) bepaald dat ook de EU instellingen (in dit geval de Commissie) loyaal moeten samenwerken met de lidstaten. – Verdragsbeginselen