De Verzorgingsstaat

“Om het beeld van de democratische rechtsstaat te complementeren is het ook belangrijk stil te staan bij de inhoudelijke taken en bevoegdheden van de overheid.”

‘De’ Vooruitgang!

Is het de burger bekend, wat de inhoudelijke taken en bevoegdheden van de overheid zijn? Taken en bevoegdheden van de overheid komen voornamelijk voort uit internationale verdragen aangaande de rechten van de mens. Overheden (ook een functionaris daarvan) zijn dan ook beperkt door het recht.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog – maar het proces had zich al vanaf het begin van de vorige eeuw in gang gezet – is een vergaande intensivering van de rol van de overheid in de samenleving te constateren. In dit verband spreekt men van het ontstaan van de Nederlandse verzorgingsstaat: de overheid krijgt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van een minimaal niveau van menswaardigheid voor een ieder van ons toegedeeld. Sinds 1983 staan in de Grondwet naast de klassieke grondrechten (art. 1-17) een groot aantal zogenaamde sociale grondrechten (art. 18-23) die als een symbool van de verzorgingsstaat kunnen worden gezien. Het gaat dan om zaken als het recht op rechtsbijstand, werk, bestaanszekerheid en spreiding van welvaart, bewoonbaarheid van het land en milieubescherming, gezondheidszorg, woongelegenheid, maatschappelijke en culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding en onderwijs. – Staatkunde, Nederland in drievoud

Een verzorgingsstaat is een sociaal systeem waarin de staat primaire verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van zijn burgers, zoals in kwesties van gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en sociale zekerheid. Ook wordt de term verzorgingsstaat gebruikt voor een land waarin een dergelijk systeem werkt.

Behalve een verzorgingsstaat is Nederland een democratische rechtsstaat. In geval een overheid of een functionaris daarvan zijn macht misbruikt, is per definitie geen sprake van een rechtsstaat, maar van een gebrek daaraan. Al in de jaren negentig wordt verondersteld dat op termijn ruimhartige verzorgingsstaten hun eigen economische basis zouden ondermijnen (versobering). Met andere woorden zou men kunnen denken dat overheden hun macht aanwenden om daaruit financieel voordeel te halen i.p.v. te zorgen voor doelmatige sociale, wettelijke en economische bescherming van het gezin (art. 16 ESH)? Gaat het ten koste van het gezin, als fundamentele maatschappelijke eenheid?

In artikel 20 Grondwet, eerste lid, Grondwet, worden bestaanszekerheid en spreiding van welvaart tot voorwerp van overheidszorg verklaard. Artikel 20 Grondwet brengt het recht op een toereikende levensstandaard tot uitdrukking. Dit cruciale recht voor het leiden van een menswaardig bestaan, geldt voor de gehele bevolking, dus ook voor ingezetenen die niet (meer volledig) zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. 

Gelet op richtlijnen welke te vinden zijn in de Bijbel bewijst de ouder eerst aan het gezin zijn ‘goedwillendheid’ en weet dit ‘wel te besturen’ om vervolgens over een groter geheel van de menselijke organisatie zorg te dragen. Niet alleen ‘beperkt tot’ of ‘behouden aan’, maar jegens allen. Daarbij mag bekend zijn dat een sociaal grondrecht een grondrecht is dat actief optreden van de overheid (gezagsdrager) vereist, bijvoorbeeld het recht op werk, huisvesting of onderwijs. De grondrechten zijn zogenaamde instructienormen; ze vormen een instructie aan de overheid om ervoor te zorgen dat er sociale gerechtigheid heerst en dat burgers zich voldoende kunnen ontplooien.

Doordat wij altijd spreken van ‘gezagsdragers’ waarbij sprake is van interne controle en verantwoording (rekenschap) dient er ook sprake te zijn van een machtsevenwicht. Ook als het gaat om de ‘rolverdeling’ tussen man en vrouw. Ik merk daarbij op dat ik het heb over gemaakte afspraken als ‘huishoudelijke regels’ en niet over een ‘traditionele rol’. Een traditionele rol kan als vergelijking of parallel van nut zijn om een principe toe te lichten, maar dient niet als ‘absolute’. Van belang is dat een ieder getrouw handelt (integer).

Kortom, wil men zo’n Verzorgingsstaat goed beheren, dient men ook in het ‘geringste’ getrouw te zijn. Immers, “Die het kleine niet eert, is het grote niet weerd‘.” Wie is getrouw? Machtshonger, geldzucht, eigen belang (voorop) en geestelijk misbruik is als ‘slecht zaad’ …

Is de ouder, een goed voorbeeld, voor het kind? Zo niet, van wie mag het kind dan wel goede zorg en rechtszekerheid verwachten?

Hoogachtend,