Grondwet en Bestuur

Zijne Majesteit de Koning
Paleis Noordeinde
Postbus 30412
2500 GK  Den Haag

Rotterdam, 17 augustus 2018

Kenmerk:                                                        Betreft:
REK2018000030 / 17.08.2018                       Ondermijning Grondwet en bestuur

Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.

Majesteit,

Allereerst ben ik benieuwd in hoeverre mevrouw mr. M. Beuker u op de hoogte heeft gehouden van brieven die ik aan u geadresseerd heb. Voor mevrouw en meester Beuker zijn de Bijbelse geschriften geen begrijpelijke taal. Ook Christus vroeg “Hoe leest gij?” Wanneer ik bijvoorbeeld Staatkunde, Nederland in drievoud doorblader, dan kijk ik bijvoorbeeld heel anders wanneer ik de omslag lees dan wanneer ik dit niet doe. Op de omslag staat onder andere het volgende, ik citeer: “Verschillende opvattingen worden gepresenteerd die de lezer in staat moeten stellen zelfstandig de essentiële vraagstukken te analyseren in de relatie tussen staat en samenleving.” Wanneer ik dit zie, dan pak ik even de juiste ‘leesbril’. Zo laat ik mij ook bij het lezen van de Bijbel geen blinddoek voordoen of anderszins mijn visie vertroebelen.

Na u d.d. 16 oktober 2015 een eerste brief te hebben toegestuurd met verwijzing naar “De Verwaarloosde Staat” heb ik korte tijd later burgemeester A. Aboutaleb een brief per e-mail toegezonden. Op woensdag 2 december ontving ik hierop reactie. De dienstverlening die hieruit is voortgekomen heeft niet de zorg en ondersteuning opgeleverd die gezien de situatie noodzakelijk en dus benodigd was. Een concrete dreiging van op straat te komen staan met alle maatschappelijke problematiek die verder volgt is uitgesteld, mijn dochter is een hoop ellende en een lijdensweg bespaard gebleven, maar uiteindelijk stond ik met schulden (nodeloos) op straat.

Functioneel gedecentraliseerd bestuur en in het bijzonder tekortkomingen in het functioneren van de instelling brengt veel huishoudens nodeloos in de problemen, maar heeft ook tot gevolg dat maatregelen weinig doelmatig en doeltreffend zijn en nodeloos worden verlengd. De kosten voor de verzorgingsstaat zijn dan ook nodeloos gegroeid, maar op een vreemde manier denkt de beheerder dat aan de extra lasten waar de burger mee geconfronteerd wordt extra inkomsten gehaald mogen worden. Het doet sterk denken aan een illegaal belastingstelsel. Zo ook maakt jurist en arts E. Plomp in een promotieonderzoek ‘Winst in de zorg’ kenbaar dat het juridisch houdbaar is. Uit een bericht in Zorgvisie maak ik op dat mevrouw doctor en meester is, psychiater is, een holding heeft, et cetera, maar ook dat de VWS-bewindslieden serieus gaan onderzoeken om winst te mogen uitkeren aan aandeelhouders.

Met wat ik gewaar ben geworden gedurende mijn eigen leven en hetgeen Durkheim al in 1983 liet zien, hoezeer zelfs een hoogstpersoonlijke beslissing als zelfdoding mede bepaald wordt door bepaalde structuurkenmerken, zoals de economische situatie of het gebrek aan politieke stabiliteit, heb ik ernstige bedenkingen m.b.t. het functioneren van de gezaghebbers. Aangezien hetzelfde ook blijkt te gelden voor onder andere partnerkeuze, echtscheidingen en kindertal – en dus voor sociale en economische verschillen; de sociaal maatschappelijke vraagstukken – kan men dit dus zowel in positieve als negatieve zin beïnvloeden!? Dit weegt niet mee in het promotieonderzoek? Waar zijn onze zorgbeheerders mee bezig?

Voor het functioneren van de staat gelden een aantal regels. Eén van deze regels die  De Jong en Schuszler in Staatkunde, Nederland in drievoud beschrijven en waarbij zij zich concentreren op de relatie tussen de staat en het recht is deze, ik citeer: “algemeen erkende klassieke grondrechten (bescherming tegen overheidsingrijpen) en sociale grondrechten (aanspraak maken op overheidsingrijpen) worden beschermd, teneinde de menswaardigheid van ieder individu in de samenleving tot gelding te laten komen.”

Het mag duidelijk zijn dat de VWS-bewindslieden een helder beeld en doel(stelling) voor ogen moeten hebben en houden, maar ook moeten weten hoe zij met de regels om moeten gaan. “Voor de staatsbeoefenaar is het nodig het bestaan en de inhoud van dat ongeschreven staatsrecht te kennen. Het is dus ook een bron van staatsrecht.”Belinfante en De Reede

 Ik heb gerede twijfels om aan te nemen dat een meerderheid binnen de Staten Generaal helemaal geen weet heeft aan welke functie-eisen zij gegeven de bijzondere functie dienen te voldoen en dat zij ook geen doel voor ogen hebben. Tevens ontbreekt een deugdelijk richtlijn. Omdat ik als jongeling meeliep binnen een onderneming zijn mij links en rechts wat richtlijnen ingefluisterd. Geheel onwetend kunnen de ambtenaren dan ook niet zijn. Op ‘oudwijfse fabels’ of erger, geveinsdheid der leugen, geef ik dan ook géén acht! Iemand kan hooguit de voordeel van twijfel genieten, voor een tijd. Aangezien de leugen korte benen heeft komt men er wel mee weg, maar niet voor lang.

Ik heb ook gerede bedenkingen bij het functioneren van o.a. burgemeester A. Aboutaleb. Dat belangrijke informatie bewust wordt achtergehouden is aanvaardbaar, ook begrijpelijk. De wijze waarop leden binnen de gemeenschap ernstig geschaad worden, zonder remedie, evenals het (bewust) verleggen van feiten en gebeurtenissen zodat het vorderen van en de toegang tot het recht ongunstiger wordt, bemoeilijkt en voor 12.000 jongeren klaarblijkelijk onmogelijk, is onaanvaardbaar. Dat de verantwoordelijkheid voor de bescherming van een minimaal niveau van menswaardigheid voor een ieder van ons toegedeeld is aan de overheid en niet wordt gedragen, maar de ruimte die de burger daarvoor minimaal nodig heeft ten gevolge van intensivering van de overheidsinmenging wegneemt en wordt verzwegen, is gedrag dat ik niet tolereer. De kosten hiervan worden de burgers in rekening gebracht, terwijl men de ‘opbrengsten’ hiervan vervolgens als winst voorstelt en ‘de buit’ verdeeld. Wat is “de financiële deugdelijkheid van de voorstellen”?

Aangaande het Europees recht komt het begrip gemeenschapstrouw of Unietrouw ter sprake. Het in het EU-Verdrag vastgelegde beginsel (artikel 4 lid 3) dat lidstaten alle maatregelen zullen treffen om de verplichtingen uit het EU-Verdrag en het EU-Werkingsverdrag na te komen en zich zullen onthouden van alle maatregelen die de doelstellingen van deze verdragen in gevaar kunnen brengen. Het beginsel werkt ook tussen de lidstaten onderling, tussen de instellingen en de lidstaten en tussen de instellingen onderling. In het EU-werkingsverdrag wordt gesproken van:

VASTBERADEN de grondslagen te leggen voor een steeds hechter verbond tussen de Europese volkeren,

BESLOTEN HEBBENDE door gemeenschappelijk optreden de economische en sociale vooruitgang van hun staten te verzekeren en daartoe de barrières die Europa verdelen te verwijderen,

VASTSTELLENDE als wezenlijk doel van hun streven, een voortdurende verbetering van de omstandigheden waaronder hun volkeren leven en werken, te verzekeren,

ERKENNENDE dat de verwijdering van de bestaande hinderpalen eensgezind optreden vereist teneinde de gestadige expansie, het evenwicht in het handelsverkeer en de eerlijkheid in de mededinging te waarborgen,

VERLANGENDE de eenheid hunner volkshuishoudingen te versterken en de harmonische ontwikkeling daarvan te bevorderen door het verschil in niveau tussen de onderscheidene gebieden en de achterstand van de minder begunstigde gebieden te verminderen,

GELEID DOOR DE WENS door middel van een gemeenschappelijke handelspolitiek bij te dragen tot de geleidelijke opheffing der beperkingen in het internationale handelsverkeer,

WENSENDE de verbondenheid van Europa met de landen overzee te bevestigen en verlangende de ontwikkeling van hun welvaart te verzekeren, overeenkomstig de beginselen van het Handvest der Verenigde Naties,

VASTBESLOTEN door deze bundeling van krachten de waarborgen voor vrede en vrijheid te versterken en de overige Europese volkeren die hun idealen delen, oproepende zich bij hun streven aan te sluiten,

VASTBESLOTEN het hoogstmogelijke kennisniveau voor zijn volkeren na te streven door middel van ruime toegang tot onderwijs en door middel van de voortdurende vernieuwing daarvan,

Ik heb toch sterk de indruk dat de één alles in de schoot geworpen krijgt, terwijl de ander er hard voor moet knokken. Of is mij iets ontgaan? Naast GEMEENSCHAPSTROUW, verwijs ik naar GELIJKWAARDIGHEIDSBEGINSEL, GELIJKHEIDSBEGINSEL en DOELTREFFENDHEIDSBEGINSEL. Verder breng ik het volgende ter herinnering, ik citeer: “Van een democratische rechtsstaat kan worden gesproken als in een staat de collectieve besluitvorming zo is georganiseerd dat alle burgers van het land gelijkelijk in staat worden gesteld om invloed uit te oefenen op de uitkomsten van dat proces (democratie) en als die burgers door binding van die ambten aan algemene rechtsregels (rechtsstaat) gelijkelijk beschermd worden tegen overmatige en willekeurige machtsuitoefening door overheidsambten.” De decentrale overheid heeft de verantwoording voor het onderhouden van de kwaliteit van de democratische rechtsstaat Nederland. Andere lidstaten en dus ook de centrale regering in Brussel hebben ingestemd geen maatregelen te nemen die de doelstellingen in gevaar brengen. De democratische legitimatie die het gedecentraliseerd bestuur sinds de wijziging in de Grondwet van 1948 heeft blijft daarmee van kracht. De uitleg die S.J. Nawijn, directeur Rijksvoorlichtingsdienst, mij namens de minister-president, minister van Algemene Zaken, geeft in de brief met referentienummer 4001792 brengt daar dan ook geen verandering in. Dan vraag ik mij af waarom de minister-president Grondwet en bestuur ondermijnt of anders geformuleerd nalatig is in het onderhouden van de kwaliteit van de democratische rechtsstaat Nederland. Al is het op burgerlijke wijze, het heeft veel weg van wat aangeduid wordt met Staatsgreep. Een (poging tot) illegale afzetting van een regering en deze door een andere instelling te vervangen!

Burgers, ook de migranten en vluchtelingen, hebben geen (goed) voorbeeld en ontwikkelen een totaal ander begrip. De jongeren evenzo. Merk ik in de brief aan burgemeester A. Aboutaleb met kenmerk BW010-LS/16.08.2018 op dat het Kabinet de toegang tot de gefinancierde rechtshulp beperkt, dan valt er aan toe te voegen dat ondanks de verplichting vanuit het juridische gezag de burger zich ook niet voor alle rechtshulp kan verzekeren. De uitkomsten van processen en processuele handelingen zijn dan al snel aanleiding voor een economische crisis. In de brief aan burgemeester A. Aboutaleb merk ik verder op dat ook tegen het einde van de 19de eeuw bekend was dat door bepaalde structuurkenmerken, zoals de economische situatie of het gebrek aan politieke stabiliteit, keuzes van het individu worden beïnvloed. Er kunnen dus conflicten ontstaan die ook nog eens nodeloos versterkt in standgehouden worden.

Zonder de benodigde kennis zoals de grondslagen van de moderne staat en het gedachtegoed op basis waarvan eerdere wetgeving tot stand is gekomen met het daarbij beoogde doel ontstaat een situatie waarin burgers afhankelijk worden van willekeur. Door het vast stellen van algemene rechtsregels zou dit niet moeten gebeuren. Gebrekkige kennis van de rechtsregels alsook van de doelstellingen met de ondeskundigheid van de medewerkers kan nadelige gevolgen hebben voor de medemens. Zelfs in zeer ernstige mate met daarbij dat het nodeloos lang kan voortduren.

“Zorg en Welzijn.” Directeuren van zorginstellingen krijgen er jaarlijks geld bij, terwijl ouders die minder bedeeld zijn in 2019 sterker dan in de afgelopen jaren er in koopkracht op achteruitgaan. De kans dat de ruime toegang tot onderwijs en dus de kans op werk en individuele vrijheid voor steeds meer jongeren eruit komt te zien als een onneembare vesting is niet ondenkbeeldig. Als bijlage treft u ook Rechtsstaat is ook voor kinderen aan. Uit hetgeen er op pagina 8 (punt 19) staat kan opgemaakt worden dat er sprake is van gebrek aan functioneel gedecentraliseerd bestuur. Dat dit zorgwekkend is hebben we al geruime tijd in toenemende mate mogen ervaren. Voor alsnog toont het beleid dat het huidige Kabinet volgt ook maar enig teken dat er sprake is van enige verbetering.

 De keuze die het Kabinet maakt met het gedoogbeleid van het gedecentraliseerd bestuur zorgt voor criminaliteit, overbewoning, huisjesmelkerij, illegale tewerkstelling, uitbuiting en mensensmokkel. Investeren in een politiemacht om deze ontwikkelingen met kracht de kop in te drukken is geen oplossing. Verder is bewindvoering een groeimarkt in de schuldenindustrie en ook voor jongelingen geen fraai vooruitzicht. Een ontwikkeling die met het huidige beleid versterkt wordt! Voor incassobureaus en ‘sociale’ advocatenkantoren wordt de vijver waaruit te vissen valt ook groter. Allemaal ontwikkelingen die de kans op escalatie doen toenemen.

Koning, kent u de klassiekers? Ik doe hopen dat u van de ontwikkelingen op de hoogte bent en dat u zich ervan bewust bent dat de koers die nu gevolgd wordt rampzalige gevolgen heeft!

Ik zie met belangstelling uit naar uw reactie!

Hoogachtend,