(Nieuw)Bouw van Concentratiekampen

Hoewel er niet direct gemakkelijke oplossingen zijn om de knelpunten rond de ministeriële verantwoordelijkheid op te lossen, kunnen Kamerleden, kabinet en ambtenaren alleen samen ervoor zorgen dat dit verandert. Want “de spelregel van de ministeriële verantwoordelijkheid is relevanter dan ooit en kan niet worden gemist of worden ingewisseld voor iets anders”, aldus vice-president Thom de Graaf.

Ongevraagd Advies Raad van State

In het bericht van 25 juni 2020 aan Raad van State en de Staten-Generaal: Het vermoeden van een staatsmisdrijf is gegrond!

Geachte en getrouwe lezer,

19 april 2013 heeft het kabinet een onderzoek laten instellen naar het functioneren van de rechtsstaat. In het verslag dat januari 2014 wordt uitgebracht lees ik (tussen de regels) dat de Raad van State meermaals bepleit heeft een intern onderzoek onderzoekt te verrichten naar mogelijk verwijtbaar gedrag van ambtenaren. Dat kan een vermoeden van plichtsverzuim of een strafbaar feit opleveren.

Het creëren van draagvlak begint op het moment dat de leiding beslist dat de organisatie gedegen wordt doorgelicht. Is dit de minister-president die hierin de leiding heeft of is het een ander? Is het het kabinet of de Raad van State?

Uit het onderzoek is gebleken dat juridische en procedurele garanties niet gegarandeerd zijn. Al bestaat de schijn van tussenkomst van een rechtbank en rechtshulp, toch blijkt uit de praktijk dat het veelal een administratieve handeling betreft zonder enig recht op inspraak. Dat kan een vermoeden van misbruik van procesrecht of een (ander) strafbaar feit opleveren.

De apostelen waarschuwen de lezer, alert te zijn. Sommige kunnen in de verleiding komen zelfs de mens zelf als verhandelbare zaak te zien. In deze eeuw houdt dat in dat niet-gouvernementele organisaties de naam van hun koning, ‘de’ Christus, mogelijk ijdel gebruiken. Al met al bestaat in 2013 al een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van mensenrechtenschending in een productieketen waarin ook ambtenaren enige betrokkenheid hebben of betrokken kunnen zijn.

Maatregelen om toename van mensen met schulden te voorkomen zijn in de tussenliggende jaren ook niet toereikend geweest. De schade die het huidige beleid met zich meebrengt en de grote bedragen die naar KLM gaan zullen daar voorlopig geen verbetering in brengen. In plaats van geschikte (gezins)huisvesting investeert de regering in begeleiding voor dak- en thuislozen en het beschikbaar stellen van huisvesting voor hen. Daarbij moet bedacht worden dat een concentratiekamp een kamp is waar mensen, meestal onder militaire dwang, bijeengebracht worden.

Bemoeizorg heeft alles weg van dwang. Er is sprake van dwang wanneer wilsvrijheid ontbreekt. Wanneer men zaken toelaat die men niet zou hebben gedaan als er geen dwang zou zijn geweest. Deze ontwikkelingen tonen invloed van de liberaal-nationalistische Duitse tendensen, o.a. bekend van de bezetting en bestuurlijke activiteiten van jurist en politicus Seyss-Inquart. De apostel Petrus spreekt van “verderfelijke ketterijen” door christelijke leiders ingevoerd en die dus hun ware aard proberen te verbergen.

Dit kan een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een aanslag tegen het Rijk opleveren. Bedacht moet worden hoe ook nu gemeenten of ambtenaren burgers bedreigen door de bijstand te korten. Waar ligt de grens bij de discretionaire ruimte die de ambtenaar heeft, en wanneer is sprake van (een vorm van) mensenhandel? Door algemene rechtsregels wordt de overheidsmacht aan banden gelegd door het recht. Daar het bewustzijn onder de ambtenaren niet voldoende is ontwikkelt en er sprake is van cognitieve dwaalwegen ontbreekt de heerschappij van het recht. Overmatige en willekeurige machtsuitoefening door overheidsambten, hetzij rechtstreeks, hetzij in een productieketen, wordt dan ook niet voorkomen. sterker nog: in de jeugdzorg is al in 2013 bekend geworden dat sprake is van tirannie.

Al in de jaren tachtig maak ik kennis met invloed van de liberaal-nationalistische Duitse tendensen in de politiek en advocatuur, maar dan is het bewustzijn nog onvoldoende ontwikkeld, o.a. door een gebrek aan boekenwijsheid. Doordat ik in 1992 geprikkeld ben meer boekenwijsheid te vergaren valt mij een bepaalde tendens in 2005 op. Ook Sophie In’t Veld maakt politiek bekend dat het aantal onrechtmatige daden door overheidsambten of autoriteiten toeneemt op een wijze dat grotere delen van de bevolking van het recht worden afgekeerd.

Door de ervaring bij ‘Stichting Zorg’ binnen de Maatschappelijke Organisatie Rotterdam is ook vastgelegd dat een vermoeden en daad van fraude, uitbuiting en georganiseerde criminaliteit binnen de keten van werk en inkomen (arbeidsuitbuiting, mensensmokkel en grootschalige fraude op het terrein van de sociale zekerheid) gegrond is.

Zowel de burger als de beroepskracht, de arbeidzoekende als de arbeidende inwoner, beide leden van de samenleving, beide hier geboren en getogen, worden bedreigd en ervaren dwang. Deze managementpraktijken veroorzaken cognitieve dissonantie en aanpassingsstoornissen (incl. overspanning en burn-out). Doordat de mens naar een onderzoeksbureau of psychiater wordt geleid die de expertise op dit gebied niet in huis heeft, of er geen gebruik van maakt, worden niet alleen beoordelingsfouten gemaakt, maar deugt ook het behandelplan niet. Dit heb ik in 2010 vastgesteld, al bestond het vermoeden al eerder.

Doordat ik de activiteiten die uit het behandelplan en een publiek stigma niet wist te voorkomen, maar ik ook had gehoopt dat haar man de taak op zich zou nemen, kon ik in 2010 de hoogstpersoonlijke keuze van zelfdoding bij één van de jonge vrouwen (niet lang gehuwd) niet voorkomen. Het sociaal isoleren en herhaald of voortdurend uitsluiten of negeren had haar psychisch dusdanig gebroken dat zij het leven opgaf. Dit levert het vermoeden op van moord, al heeft het de indruk van zelfdoding. Naast dat sprake is van tirannie in de Jeugdzorg komt dit dus ook voor binnen andere (open) inrichtingen. Althans, dat vermoeden is gegrond!

De officier van justitie zegt geen verwijtbaar gedrag te zien en geen reden te hebben een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van plichtsverzuim of een strafbaar feit te onderzoeken. Een strafrechtelijk onderzoek en een disciplinair onderzoek zal het Openbaar Ministerie Rotterdam niet uitvoeren, zelfs geen oriënterend onderzoek. Dan rijst de vraag of er in de afgelopen 10 jaar wel een oriënterend onderzoek is uitgevoerd! Daar uitgekiende checks and balances ontbraken, zo lees ik in het verslag van de AIV dat in januari 2014 is uitgebracht, valt aan de kwaliteit van een eventueel rapport te twijfelen. Sterker nog: het zal een onvoldoende opleveren gezien de criteria of bedoelde eisen (die geduid worden met democratische rechtsstaat) die gesteld moeten worden.

Aangezien een vermoeden van ‘ in strijd handelen met de principes van de rechtsstaat’ bevestigd kan worden, kan een delict worden vastgesteld. Er is immers sprake van de (poging tot) illegale afzetting van een regering, meestal door een kleine groep van een instelling van de bestaande staat om de afgezette regering te vervangen door een andere instelling.

Gegeven de grote maatschappelijke en politieke veranderingen van de laatste decennia is publieke aanspreekbaarheid door middel van de ministeriële verantwoordelijkheid relevanter dan ooit. Dit stelt de Raad van State! Daarbij bepleit ik dat de Inspecteur van Justitie en Veiligheid met de Inspecteur-Generaal van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook zorg dragen voor meer grip op de situatie om de voortzetting van een “verderfelijke weg” als gevolg van “het invoeren van verderfelijke ketterijen” tot een ommekeer te brengen.

Ik wijs u er verder op dat er sprake is van volkenrechtelijke verdragen, nationaal rechte en het gelijkwaardigheidsbeginsel. Ook hier is sprake van inbreuk, hetgeen o.a. oorzaak is van een toename van armoede, schulden en dakloosheid en sociale uitsluiting. Veel mensen lijden er onder dat ze niet in staat zijn om hun financiën, gewicht, emoties, werkprestaties, verlangens naar alcohol en drugs, gebruik van sociale media, seksuele of agressieve impulsen enzovoort te reguleren. Al wordt de indruk of schijn verwekt, de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is voor velen onvoldoende of niet voorhanden.

Er is sprake van een misdrijf tegen de staat waaruit een misdrijf tegen de menselijkheid of menswaardigheid voortkomt.

Sterker dan in de jaren negentig al het geval was, maakt de overheidsmacht (of een kritiek, mogelijk privaat, onderdeel daarvan) niet alleen de mens maar ook de organisatie kapot!

Tot slot, als aanvulling op dit artikel: Met het e-mail-bericht vestig ik hun aandacht op twee brieven die zij als bijlage aantreffen, beide gedateerd 24 juni 2020. Verder valt te constateren dat mannen, vrouwen en kinderen in toenemende mate van elkaar gescheiden worden door een juridische en politieke cultuur van werken, die niet naar de rechtsstaatgedachte is. Deze houdt ook af van ethisch en integer handelen; mens en organisatie staan onder druk en zowel onder de bevolking als de regering raken mensen gedwee en gedemoraliseerd.

Oprechtst, …