Nieuwe didactiek

Nieuwe didactiek voor bestuur en politiek:

VASTBESLOTEN door deze bundeling van krachten de waarborgen voor vrede en vrijheid te versterken en de overige Europese volkeren die hun idealen delen, oproepende zich bij hun streven aan te sluiten,  – EU-WERKINGSVERDRAG

‘De AIV tekent hierbij aan dat in veel landen de rechterlijke macht dan wel een gespecialiseerde constitutionele rechter tot taak heeft, de grondwettigheid van wetten te beoordelen. Nederland kent deze constitutionele toetsing van wetgeving niet, maar wel de mogelijkheid wetten buiten toepassing te laten als die toepassing strijdig zou zijn met
(bijvoorbeeld) verdragen inzake de rechten van de mens.’ – AIV – Advies No. 87

Het Verdrag van Lissabon veranderde het functioneren van de Unie via een reeks amendementen op de verdragen van Rome en Maastricht. Artikel 6 VEU kent aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dezelfde juridische waarde toe als de Verdragen. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dus juridisch bindend geworden voor de lidstaten. Na ratificatie door alle 27 EU-lidstaten trad het verdrag in werking op 1 december 2009.

‘Het Costanzo-arrest (zaak C-103/88) bepaalde dat het principe van (toentertijd genoemde) gemeenschapstrouw tot gevolg heeft dat decentrale overheden zelf verantwoordelijkheid hebben voor het uitvoeren van onvoorwaardelijke en voldoende nauwkeurige richtlijnbepalingen in geval deze niet tijdig, niet geheel of niet correct zijn omgezet in nationale wetgeving. In deze zaak ging het om de omzetting van een richtlijn in nationale (Italiaanse) wetgeving. De nationale wetgever had de richtlijn niet correct geïmplementeerd, waarmee een decentrale overheid werd geconfronteerd.
Het Hof bepaalde dat in een dergelijk geval de decentrale overheid wordt geacht aan zijn verplichtingen te voldoen door de nationale wetgeving buiten beschouwing te laten en de bepalingen van de richtlijn te volgen.‘ – Verdragsbeginselen

Wij hebben het dan ook over het beginsel van effectieve rechtsbescherming. Binnen het Europees recht speelt behalve de wet- en regelgeving ook een groot aantal beginselen een belangrijke rol. Decentrale overheden kunnen derhalve ook met een aantal van deze beginselen direct te maken krijgen.

Hierbij is het van belang te kijken naar het concept rechtsstaat. Een rechtsstaat is een staat waarin de grondslag van statelijk gezag in het recht wordt gelegd en waarin de uitoefening van dit gezag in al zijn verschijningsvormen onder de heerschappij van het recht wordt geplaatst.

Justitie en Veiligheid …

Dit gegeven (rechtsstaat) houdt tevens in dat ook de overheid zich niet aan het recht kan onttrekken. Uit brieven van bijvoorbeeld het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) komt tot uiting dat de Nederlandse overheid en in deze de volksvertegenwoordiging – welke een wezenlijke rol speelt in de wetgevende macht – dit principe niet toepast en dat daarmee ook de uitvoerende macht alle vrijheid is gegeven geen rekening te houden met de rechten van de mens.
Door de rechter wordt (dat is de regel) een directe relatie te gelegd tussen de scheiding van de wetgevende en de uitvoerende macht
en het legaliteitsbeginsel. Deze regel welke uit het Meerenberg-arrest (1879) tot uiting komt wordt niet meer gerespecteerd en vindt geen toepassing (meer).

‘Rechterlijke controle, in het bijzonder op gezagsdragers, vormt dan ook de kern van het openbaar bestuur.’

Een gebrek aan controle op handhaving van de rechtsnormen in het bestuursproces, met een voorstelling van de democratische rechtsstaat die niet (geheel) juist is, brengt burgers, huishoudens, bedrijven, organisaties en zelfs instellingen in gevaar (direct en indirect).

Krachtig Teams Bouwen en in deze een Staatsorganisatie houdt in dat u ‘zwakke schakels’ als bijvoorbeeld ‘luie interventies’ en een ‘vastgeroest team’ herkent en weet hoe u mogelijkheden ziet dit weer gezond te krijgen. Pas dan wordt de zelfredzaamheid van de totale organisatie bevorderd. Is men niet in staat deze fundamentele problematiek te verhelpen, dan valt zelfs een groot Rijk uiteen. Nederland zal dus zelf moeten werken aan versterking van de rechtsstaat. Hierbij dient aan zekere maatschappelijke voorwaarden te worden voldaan voor het daadwerkelijk functioneren van een staat als rechtsstaat. Respect voor
deze standaarden is echter niet vanzelfsprekend; dat respect moet onderdeel zijn van de politieke cultuur van een land.

De Rechtsnorm

De waarden die de EU (collectief) en Nederland (afzonderlijk lid) als rechtsgemeenschap dragen, moeten niet alleen tot uitdrukking komen in gezamenlijke en onderling afgestemde rechtsregels, maar ook in de wijze waarop die regels worden toegepast en gehandhaafd. De checks and balances in de staatsinrichting moeten (dan ook) niet worden gezien als obstakels voor daadkrachtig bestuur, maar als de essentie van een democratische rechtsstaat. Dit is in hoge mate een kwestie van bestuurlijke en juridische cultuur en de bereidheid van gezagsdragers hiervan voortdurend rekenschap te geven.

Behalve het verdrag van Rome en Maastricht is er nog het Europees Sociaal Handvest. Het Europees Sociaal Handvest (ESH) is een mensenrechtenverdrag waarin rechten en vrijheden vastliggen die moeten worden gerespecteerd door de staten die het ondertekend hebben en in 1961 opgesteld. Via een overkoepelend mechanisme wordt maximale naleving gegarandeerd. Niettemin zijn de meeste artikelen als aanbevelingen of streefdoel geformuleerd, niet als bindende voorschriften. Nederland stemde in 2004 in met de laatste versie van dit Handvest. Deze doelstellingen kunnen m.i. worden gezien als ‘maatschappelijke voorwaarden’ en vormen daarmee een waarborg voor behoud van de kwaliteit van de democratische rechtsstaat.

Het Verdrag van Lissabon bepaalde tevens dat sinds de inwerkingtreding het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dus juridisch bindend geworden zijn voor de lidstaten. Het Handvest bevat bepalingen die direct raken aan het functioneren van de rechtsstaat, zoals het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 6), gelijkheid voor de wet (artikel 20), het recht op behoorlijk bestuur (artikel 41), het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht (artikel 47), het vermoeden van onschuld en eerbiediging van de rechten van de verdediging (artikel 48) en inachtneming van het legaliteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel inzake delicten en straffen (artikel 49).

Tot het Verdrag van Rome behoren specifieke doelstellingen zoals ‘de omstandigheden waaronder hun burgers leven en werken, te verbeteren;’ ‘een evenwichtig handelsverkeer en een eerlijke mededinging te waarborgen;’ en ‘de economische en sociale verschillen tussen de verschillende gebieden in de EEG te verkleinen;’.

‘Op 19 april 2013 vroeg het kabinet de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) te adviseren over rechtsstatelijkheid in de lidstaten van de Europese Unie (EU). Het kabinet constateert dat de EU een rechtsgemeenschap is en dat een goed functioneren van de rechtsstaat in alle lidstaten daarom onmisbaar is. Vertrouwen tussen de lidstaten in de werking van elkaars rechtsstaat is essentieel voor het functioneren van onder andere de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, de interne markt en de Economische en Monetaire Unie. De kernvraag van het kabinet is daarom of, en zo ja hoe, versterking van de rechtsstaat binnen de EU nader vorm kan krijgen.’ – AIV, Advies No. 87

In Advies No. 104 adviseert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) de eigen rechtsstaat te versterken en daarbij moet Nederland bereid zijn tegen de stroom in te roeien en op dit punt zijn betrokkenheid te blijven tonen.

Echter, door de verschillen te vergroten ontstaat er een trek van volkeren naar andere delen van Europa (ook vanuit andere werelddelen), maar ook een handel in mensen. Dit is wat er door de werking van elkaars rechtsstaat is gerealiseerd. Dit gaat in tegen de specifieke doelstelling als ‘hun krachten te bundelen om vrede en vrijheid te handhaven en te versterken,’.

Ook de ‘volksverhuizingen’ vanuit andere werelddelen door (bijvoorbeeld) wankele economieën aldaar, versterkt de waarborgen voor vrede en vrijheid niet, maar brengt deze in toenemende mate in gevaar. Zo, doende, worden riskante spanningsvelden versterkt.

Nederland is aangeraden de rechtsstaat te versterken. Daarnaast is en blijft ontwikkelingshulp in andere werelddelen van belang, maar gezien de huidige werking vraagt ook dit om een ‘veranderd functioneren’.

Er is dus nog veel werk te verrichten!

Hoogachtend,