Psychologie

Psychologie van de Samenleving

Ga ik mee met de psychologie van de samenleving, dan is mijn psychosociale ontwikkeling overeenkomstig. Psychologen spreken (soms) van een ziektebeeld. Op cce.nl lees ik van Model voor analyse van probleemgedrag.

Middels dit schrijven wil ik de lezer attenderen op de persoonskenmerken en de professionele eigenschappen die de (overheids-) functionaris naast de feitelijke kennis uit een boek of opleiding dient te bezitten. Ik eindig ‘kort’ met het functioneren en optreden van de ministers en staatssecretarissen en hun verantwoordelijkheden en het optreden van de Koning.

De overheid krijgt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van een minimaal niveau van menswaardigheid voor een ieder van ons toegedeeld

Bron: Staatkunde, Nederland in drievoud

 

Probleemgedrag (overheidsfuncties)

www.cce.nl/somatiek/model-voor-analyse-van-probleemgedrag

Laat voor het begrip ‘somatiek’ even weg, dit kan misleidend zijn. Ik ga voor de analyse en de benadering direct door naar de omgevingsfactoren. Ik neem ‘systeemproblematiek‘. Binnen een sociaal systeem beïnvloeden mensen elkaar. Gedachten, gedragingen, gevoelens en verwachtingen ontstaan in wisselwerking met anderen. Er is sprake van ‘systeemproblematiek’ als het antwoord ja is op de volgende vragen:
 1. Is er een verstoorde relatie binnen het sociale systeem waar de cliënt persoon deel van uitmaakt (gezin, familie, woongroep, klas, dagelijkse begeleiders en behandelaars)?
 2. En is het (probleem)gedrag te verklaren als signaal dat er tussen de verschillende personen van dit systeem en/of deze personen met de cliënt het individu fricties zijn?

In Grondbeginselen der Sociologie wordt opgemerkt dat verschillende mensen kunnen verschillende dingen leren. Dat houdt in de eerste plaats in dat zich in dezelfde periode op verschillende plaatsen uiteenlopende soorten samenlevingen kunnen vormen. En in de tweede plaats, dat een en dezelfde samenleving na kortere of langere tijd kan veranderen. Dat laatste komt doordat sociale leerprocessen ruimte laten voor variaties aan vergissingen, waarbij mensen de aangeboden leerstof niet helemaal exact overnemen. *Deze zaken heb ik ook waargenomen en daarmee ben ik van oordeel dat deze informatie klopt.

Psychiaters ‘zien’ een ziektebeeld, hebben de aangeboden leerstof niet helemaal exact overgenomen. Eenzelfde patroon zien wij binnen godsdiensten/religie en elke uiteenlopende soorten (afgezonderde) samenlevingen. In het Bijbelboek Openbaring 2 bijvoorbeeld zien wij ook 7 gemeenten, elk verschillend geleerd. Eén en ander wordt ook bepaald door de persoonskenmerken van één sleutelfiguur of meerdere sleutelfiguren. 

Op cce.nl lees ik ook van ‘Hoe is het interactiepatroon tussen cliënt en betrokkenen?’ Ik vind ook de interactiepatroon tussen behandelaar en cliënt – gevoerd/gestuurd door de behandelaar van belang en het is ook goed om daar naar te kijken. Daarvoor gaan wij naar de persoonskenmerken. Ik behandel het cognitieve niveau.

Het cognitieve niveau: Cognitieve functies zijn functies als het geheugen, leervermogen, taalgebruik en het kunnen begrijpen en uitvoeren van complexe dagelijkse handelingen. Hierbij valt te denken aan psychische processen die te maken hebben met begrip, kennis, herinneringen, problemen oplossen en informatieverwerking. Het is van belang te weten welke cognitieve mogelijkheden de cliënt heeft. Naast de verbale mogelijkheden gaat het ook om de performale mogelijkheden van de cliënt behandelaar/psychiater. Het cognitieve functioneren is in kaart te brengen … !!

Alvorens ik op 21-jarige leeftijd de kader-opleiding aan het SROKI-Ermelo volgde had ik meerdere onderzoeken ondergaan. Mij was ongeveer 2 jaar daarvoor al een voorstel gedaan waaruit ik (achteraf gezien) kon opmaken dat het met het oordeelsvermogen en het leervermogen van hoog niveau waren. Een onderofficier die het cognitieve niveau van leidinggevenden en teamleden overschat of onderschat is niet in staat om doelgericht en efficiënt te werk te gaan. Wanneer een afzonderlijk teamlid (functionaris) niet conform zijn/haar verstandelijke vermogens wordt benaderd, kan/zal dit resulteren in overbelasting, overprikkeling, overvraging, onbegrip, deprivatie en verveling.

Waarom wil de overheid grip op ons hebben? Waarom denkt de psychiater aan een ziektebeeld en duwt de medemens in een hokje? Zelfkennis is het vermogen om de eigen denkwijze, de mogelijkheden en de onmogelijkheden van de eigen geest en van het eigen lichaam te kunnen inschatten en daar rationele conclusies uit te trekken. Een psychiater met weinig zelfkennis maakt volgens psychologische inzichten vaak gebruik van projectie om eigenschappen, met name gebreken, bij anderen aan de kaak te stellen die hij zelf heeft zonder dat hij zich daar bewust van is. Dat de diagnostiek – het projectiemateriaal – niet toereikend is schijnt binnen de GGZ na dertig jaar nog steeds niet te zijn doorgedrongen? Buiten die ‘kerkmuren’ is het ruimschoots bekend. 

 ‘sociale leerprocessen laten ruimte voor variaties aan vergissingen’ 

Ik wordt volgend jaar vijftig, en terwijl de ene personeelsfunctionaris beseft op welk ‘niveau’ ik presteer of kan presteren, behandeld een psychiater mij vanuit het eigen denkvermogen – aangeleerde gedachtepatroon en automatisme – als een kind. Wie van ons getuigt van een ontwikkelingsstoornis? Wat is dan de oorzaak van de verstandelijke beperking van de doctor? En toch achten VWS-bewindslieden (zeer) veel waarde aan de informatie van de de meester en doctor zonder dat zij zelf in staat zijn/blijken de cognitieve functies van deze ‘medearbeiders’ in kaart te brengen. Dit is een electoraal probleem en is ongezond voor de toekomst van de democratische rechtsstaat Nederlandse staat. De zaken die dit leven aangaan kunnen een aantal hooggeplaatste functionarissen  niet onafhankelijk en naar waarde inschatten. 

Zijn er risicovolle of protectieve factoren te noemen? Een impact op het welbevinden van de cliënt bevolking en de burger als individu hebben factoren als: het beleid met betrekking tot de groeps-/volkssamenstelling, de team-/wijkformatie (zowel kwalitatief als kwantitatief), het takenpakket binnen het team/de samenleving, het verloop binnen het team/de wijk, de manier waarop de zorg is georganiseerd, de wijze van samenwerking (ook vanuit de overheid), de manier van aansturing van de medewerkers (zoals het gedecentraliseerd bestuur) en de beschikbaarheid van deskundigen (bekwaam en ook geschikt). Een beschermende protectieve factor is bijvoorbeeld een kwalitatief en kwantitatief goede dagbesteding (werk, een sociaal grondrecht) en invulling van de vrije tijd. Het ontbreken hiervan verhoogt de kans op ontregeling van het gedrag.

In Rechtspraktijk NL spreek ik van Sociaal onrechtvaardige Praktijkuitoefening. Te bedenken valt dat er de laatste jaren veeleer sprake is van ontregeling en maatregelen die Grondwet en bestuur ondermijnen. Ook de vrijheid – zelfbeschikking – wordt structureel en stelselmatig ondermijnd. De toegang tot het (sociale grond-) recht wordt gefrustreerd. Naast de vraag om “herijking van het begrip waarheidsvinding in de Jeugdzorg”, een motie op 3 december 2012 voorgesteld door het lid Bergkamp (D66) (Rechtsstaat is ook voor kinderen) is velen bekend “dat er al langere tijd een maatschappelijke discussie is” over, kort gezegd, de vraag of er voldoende gedaan wordt aan “feitelijke onderbouwing ofwel waarheidsvinding” met betrekking tot misbruik en oneigenlijk gebruik van het het platform waarop de collectieve afweging van de productie en verschaffing van voorzieningen plaatsvindt. Telkens treden er nieuwe bewindspersonen aan die de kosten verhogen, de lasten zwaarder maken, en de zogenaamde ‘wijsgeren’ en ‘visionairs’ vorstelijk belonen. DE oorzaak van een groeiende armoede en schuldproblematiek.

Bewindvoering: Groeimarkt in de schuldenindustrie

Oorzaak van deze aantasting van de kern van het recht – het bestaan van algemeen verbindende regels, op basis waarvan een ieder gelijk wordt behandeld en individuele vrijheid wordt gegarandeerd – ligt in het aantasten ofwel het ontregelen hiervan. De minister die een maatregel neemt die tot gevolg heeft dat Grondwet en bestuur ondermijnt begaat een strafbare feit. De rechtsstaat is een staat waarin de heerschappij van het recht wordt erkend. Dit betekent dat niemand zich aan het recht kan onttrekken, ook de overheid niet. De bedoeling hiervan is dat in het maatschappelijk verkeer onderling vertrouwen mogelijk wordt.

Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Bovenstaande woorden maken deel uit van de eed die de minister en staatssecretaris ten overstaan van de Koning afleggen. De minister dient dan ook zelf bedacht te zijn op de Grondwet. Ook de minister-president zal zelf moeten onderzoeken of een wetsbepaling afwijkt van de Grondwet, hij/zij zal zélf hierop bedacht moeten zijn. Dit is dus ook de verantwoording van de minister en de staatssecretaris. 

Er is in het verleden, na het traktaat van Londen (1867), een zekere consensus ontstaan over de omgangsregeling tussen parlement en regering. 
 de ministeriële verantwoordelijkheid: de Koning is onschendbaar, de ministers zijn ten opzichte van het parlement politiek verantwoordelijk voor het gehele optreden van de Koning, de werknemers van het departement en het eigen optreden;
 de vertrouwensregel: indien een bewindspersoon of de regering niet op het vertrouwen van de Kamer kan rekenen, dan behoort deze persoon of de regering als geheel af te treden;
 ontbinding van de Kamer: de regering kan krachtens de Grondwet in geval van een conflict de Kamer ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven, maar dit kan slechtst één keer voor dezelfde kwestie.

In onderlinge samenhang bezien, betekenen deze regels dat krachtens de Nederlandse Grondwet de volksvertegenwoordiging uiteindelijk het laatste woord heeft en niet de monarch of de regering. Hiermee wordt voldaan aan de grondregel van de democratische rechtsstaat dat de volksvertegenwoordiging het hoogste ambt in de staat is en daarmee een wezenlijke rol speelt in de wetgevende macht. – Bron: Staatkunde, Nederland in drievoud

algemeen erkende klassieke grondrechten (bescherming tegen overheidsingrijpen) en sociale grondrechten (aanspraak maken op overheidsingrijpen) worden beschermd, teneinde de menswaardigheid van ieder individu in de samenleving tot gelding te laten komen;

Bron: Staatkunde, Nederland in drievoud

Tot slot wil ik mevrouw Bergkamp feliciteren m.b.t. Woordvoerder Emancipatie: Een Volwaardige Plaats  

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail