Op een rijtje …

De rechtsstaat is een staat waarin de heerschappij van het recht wordt erkend. Dit betekent dat niemand zich aan het recht kan onttrekken, ook de overheid niet.

‘De bedoeling hiervan is dat in het maatschappelijk verkeer onderling vertrouwen mogelijk wordt. Kern van het recht is dan het bestaan van algemeen verbindende regels, op basis waarvan een ieder gelijk wordt behandeld en individuele vrijheid wordt gegarandeerd.’ 
Bron: Staatkunde, Nederland in drievoud


Van een democratische rechtsstaat kan worden gesproken als in een staat de collectieve besluitvorming zo is georganiseerd dat alle burgers van het land gelijkelijk in staat worden gesteld om invloed uit te oefenen op de uitkomsten van dat proces (democratie) en als die burgers door binding van die ambten aan algemene rechtsregels (rechtsstaat) gelijkelijk beschermd worden tegen overmatige en willekeurige machtsuitoefening door overheidsambten.

Gegeven de betekenis van democratische rechtsstaat kan een aantal basisregels van de staat worden onderscheiden, zowel voor de structuur, als ook voor het functioneren van de staat.

Voor de structuur van de staat gelden de volgende regels:
• de wetgevende macht en de uitvoerende macht worden door verschillende ambten uitgeoefend;
• er is een volksvertegenwoordiging die het hoogste ambt in de staat vormt en een wezenlijke rol speelt in de wetgevende macht;
• er bestaat een onafhankelijke rechterlijke macht, waaraan de bevoegdheid toekomt om besluiten van de uitvoerende macht (bestuursbesluiten) te toetsen aan het geldende recht; er zijn meerdere bestuurslagen waarover het staatsgezag wordt verdeeld.

Kenmerkend voor een staat is ook dat over het grondgebied en de bevolking gezag wordt uitgeoefend. Bijna vanzelfsprekend wordt dan gedacht aan ‘de overheid’. Uit dit boek (Staatkunde, Nederland in drievoud) zal echter duidelijk worden dat zoiets als ‘de’ overheid niet bestaat. Veeleer is sprake van complexe netwerken van organisaties waarbinnen één of meerdere overheden een belangrijke rol speelt of spelen.

Verder krijgt de overheid de verantwoordelijkheid voor de bescherming van een minimaal niveau van menswaardigheid voor een ieder van ons in de samenleving toebedeeld en is het de bedoeling dat het gezag (in samenwerking) de regels zo weet toe te passen dat t.b.v. het functioneren van de staat o.a. aan de volgende regel wordt voldaan:
• algemeen erkende klassieke grondrechten (bescherming tegen overheidsingrijpen) en sociale grondrechten (aanspraak maken op overheidsingrijpen) worden beschermd, teneinde de menswaardigheid van ieder individu in de samenleving tot gelding te laten komen. 

Essentieel voor de positie van het gedecentraliseerde bestuur (zoals een gemeente) is de democratische rechtvaardiging van dit bestuur. Zo worden leden van het hoogste orgaan van de provincie (Provinciale Staten) en de gemeente (gemeenteraad) rechtstreeks gekozen door hun burgers.
Dit gegeven maakt dat het gedecentraliseerde bestuur namens de burgers de eigen belangen kan behartigen en als zodanig tegenwicht kan bieden aan de regelgeving en het bestuur van het Rijk.
We kunnen hier spreken van een verticale invulling van het algemene uitgangspunt dat controle en verantwoording (checks and balances) nodig is binnen de overheid. Zoals het Rijk op vele manieren het gedecentraliseerde bestuur kan beïnvloeden, zo heeft het gedecentraliseerde bestuur een basis om zich ten opzichte van andere besturen te manifesteren.
Waarbij het decentraal bestuur ook een rechtsplicht heeft en de mogelijkheid heeft een wetsbepaling buiten toepassing te laten in die gevallen waarbij de bepalingen die uit de verdragen aangaande de rechten van de mens in het geding zijn.

Echter, er is al geruime tijd sprake van een gebrek aan functioneel gedecentraliseerd bestuur. Hierdoor biedt de democratische rechtsstaat Nederland geen kwaliteit meer en zijn burgers onnodig en in ernstige mate in de problemen gekomen. Overheidshandelen heeft zelfs tot gevolg dat gezinnen verdeeld raken en uit elkaar worden gehaald. Ook is er sprake van een groeiende schuldenindustrie die mede door ondeugdelijke wetgeving tot stand is gebracht en wordt gehouden. Verder is sprake van doorgeschoten bureaucratisering dat geleid heeft tot toenemende willekeur. Dit in tegenstelling tot het gegeven dat, vanuit de rechtsstaatgedachte willekeur is te voorkomen en dat rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te bevorderen zijn.

Door algemene rechtsregels vast te stellen wordt voorkomen dat burgers afhankelijk worden van willekeur. Om deze regels te kunnen handhaven is de rol van de rechter van het grootste belang. Rechterlijke controle, in het bijzonder op gezagsdragers, vormt de kern van het openbaar bestuur.
Bestuursrecht ziet op de rechtsnormen betreffende het bestuur dat de overheid uitoefent in de samenleving, de relatie bestuur – burger, alsmede de beschermingsmogelijkheden voor de burgers tegen onjuist geachte bestuurshandelingen.