Rechtsstaat

De rechtsstaat is een staat waarin de heerschappij van het recht wordt erkend. Dit betekent dat niemand zich aan het recht kan onttrekken, ook de overheid niet. De bedoeling hiervan is dat in het maatschappelijk verkeer onderling vertrouwen mogelijk wordt. Kern van het recht is dan het bestaan van algemeen verbindende regels, op basis waarvan een ieder gelijk wordt behandeld en individuele vrijheid wordt gegarandeerd. Door algemene rechtsregels vast te stellen wordt voorkomen dat burgers afhankelijk worden van willekeur.
Om deze regels te kunnen handhaven is de rol van de rechter van het grootste belang. Rechterlijke controle, in het bijzonder op gezagsdragers, vormt de kern van het openbaar bestuur. Dit betekent dat politieke controle en verantwoording wordt aangevuld met controle door en verantwoording aan daartoe specifiek in het leven geroepen organen. Het belang hiervan is dat naast politieke doelstellingen en belangen vanuit een andere invalshoek naar conflicten en belangen wordt gekeken, namelijk die van een algemeen gerespecteerde buitenstaander.
Door in het bijzonder aandacht te besteden aan de gelijke behandeling van gelijke gevallen en de bescherming van individuele vrijheid van de burgers wordt in de parlementaire democratie het scheppen van ruimte voor minder-heden tegenover meerderheden de belangrijkste taak van de rechter. Die taak is belang-rijk ter bescherming van de burgers, maar natuurlijk ook ter bescherming van de democratie zelf. Respect voor minderheden (voor hun recht op vereniging, vergadering, vrijheid van meningsuiting, et cetera) is essentieel om de mogelijkheid open te laten dat meerderheden tot minderheden worden (en vice versa). In een democratie kan niemand zich erop beroepen de waarheid in pacht te hebben of een superieure mening te verkondigen, ook al is dat de mening van een meerderheid. De rechter is van cruciaal belang om deze grondregel te beschermen.

Bron: Staatkunde, Nederland in drievoud – tweede druk, 2002