DE WERELD WAARIN WIJ LEVEN

5 En David toog uit, overal, waar Saul hem zond; hij gedroeg zich voorzichtiglijk, en Saul zette hem over de krijgslieden; en hij was aangenaam in de ogen des gansen volks, en ook in de ogen der knechten van Saul.

12 En Saul vreesde voor David, want de HEERE was met hem, en Hij was van Saul geweken.

 – 1 Samuël 18

21 En Saul zeide: Ik zal haar hem geven, dat zij hem tot een valstrik zij, en dat de hand der Filistijnen tegen hem zij. Daarom zeide Saul tot David: Met de andere zult gij heden mijn schoonzoon worden.

BEWUST EN MOEDWILLIG TOT STRUIKELEN GEBRACHT …

DEZE STEREOTYPEN gaan op hun beurt gepaard met allerlei vermeende eigenschappen zoals brutaliteit, sluwheid, opdringerigheid, gierigheid, machtshonger, GEESTELIJK MISBRUIK, eigenbelang en zelfs geldzucht …

MENENDE DAT GEWIN, GODZALIGHEID IS …

—–

6 Want tot hen behoren zij, die zich in de huizen indringen en vrouwtjes weten in te palmen, die met zonden beladen zijn en gedreven worden door velerlei begeerten, 7 die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen. 8 Zoals Jannes en Jambres, de tegenstanders van Mozes, staan ook dezen de waarheid tegen; het zijn mensen, wier denken bedorven is, en wier geloof de toets niet kan doorstaan. – 2 Timótheüs 3


10 Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, geloof, lankmoedigheid, liefde, volharding, 11 vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië, te Ikonium en te Lystra. Al die vervolgingen heb ik doorstaan en de Here heeft mij uit alle gered.

—–

3 Geeft aan de vrouwen (overspelig/trouweloos) uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen. 4 Het komt den koningen niet toe, o Lemuël! het komt den koningen niet toe wijn te drinken, en den prinsen, sterken drank te begeren; 5 Opdat hij niet drinke, en het gezette vergete, en de rechtzaak van alle verdrukten verandere. 6 Geeft sterken drank dengene, die verloren gaat, en wijn dengenen, die bitterlijk bedroefd van ziel zijn; 7 Dat hij drinke, en zijn armoede vergete, en zijner moeite niet meer gedenke. 8 Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden. 9 Open uw mond; oordeel gerechtelijk, en doe den verdrukte en nooddruftige recht. 10 Aleph. Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Want haar waardij is verre boven de robijnen. 11 Beth. Het hart haars heren vertrouwt op haar, zodat hem geen goed zal ontbreken. 12 Gimel. Zij doet hem goed en geen kwaad, al de dagen haars levens. – Spreuken 31

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail